Je staat voor het pashokje met in je handen een paar T-shirts die je kind net heeft gepast. Je kind kijkt naar zichzelf in de spiegel en zegt: “Nee… die is niet mooi. Die spant te hard aan mijn buik.”
Je kijkt naar je kind en denkt: Hoe kan dit nu weer? Je kind is nog maar 10. Dit zou toch helemaal geen zorg moeten zijn? En ergens schiet er door je hoofd: Had het maar de genen van de papa.

Herken jij dit ook?
Je doet alles wat je kunt, maar het lijkt niet genoeg
Je koopt gezondere producten, kookt verse maaltijden en probeert minder suiker te geven. Misschien heb je zelfs al een dieet, voedingsschema of andere aanpak geprobeerd. Toch blijft het échte resultaat uit.
En dat is zo verwarrend: aan de ene kant voel je je soms de ‘boeman’, de strenge ouder die je kind al het lekkere ontzegt. Aan de andere kant heb je het gevoel dat je misschien nog méér zou moeten doen. Je doet zo hard je best, maar toch vraag je je af: “Doe ik iets verkeerd?” Of “Wat kan ik nog meer doen?”
Je wilt je kind helpen, maar ook gewoon kind laten zijn.
Tijdens sociale momenten als een feestje, een traktatie op school of een ijsje met de vrienden, wil je niet degene zijn die zegt: “Dat mag je niet”, terwijl de rest gewoon lekker meedoet. Je wilt dat je kind kan genieten, gezellig kan zijn en nergens het gevoel krijgt dat het ‘anders’ is.
Maar ondertussen knaagt er iets: doe ik mijn kind tekort als ik het gewoon laat meedoen? Of maak ik het probleem juist groter als ik het te veel beperk?
Je vraagt je af of je er wel iets aan kunt veranderen.
Het buikje van je kind is misschien heel herkenbaar. Bij jezelf, je partner of andere familieleden zie je namelijk hetzelfde patroon. Ergens heb je je erbij neergelegd: “Het zit nu eenmaal in onze familie. We moeten ermee leren leven.”
Maar toch blijft er iets knagen. Is dit echt iets waar we niets aan kunnen veranderen? Of zijn er dingen die ik nog niet weet?
Je vraagt je af of je nu, op deze jonge leeftijd, al iets moet doen.
Vandaag lijkt het misschien nog mee te vallen. Maar soms zie je je kind naar zichzelf kijken en vraag je je af hoe dit over een paar jaar zal zijn. Wat als het gewicht of buikje nog verder toeneemt? Wat als je kind hierdoor steeds onzekerder wordt? Wat als je later denkt: “Had ik maar eerder iets gedaan”?
Je wilt niet wachten tot het een groter probleem wordt, maar je wilt ook niet vanuit angst gaan handelen.
Je merkt dat je kind er steeds meer zelf mee bezig is.
Je hoort ineens opmerkingen die je liever niet zou horen: “Ik mag dit zeker niet eten, want dan word ik dik.” Misschien begint je kind zichzelf te vergelijken met andere kinderen of vraagt het zelfs of het te dik is.
En daar schrik je van. Want je wilt je kind helpen met dat buikje, maar je wilt absoluut niet dat het uitgroeit tot een dagelijkse strijd met eten of met zichzelf.
Maar wat gebeurt er als je niets doet?
Misschien lijkt het vandaag nog mee te vallen. Je kind is nog jong en je denkt: “We zien wel hoe het evolueert.”
Maar wat vandaag begint met een buikje waar je kind zich ongemakkelijk bij voelt, neemt stap voor stap meer ruimte in: kleding wordt gekozen om de buik te verbergen. Foto’s worden vermeden. Sporten, zwemmen of andere activiteiten worden minder vanzelfsprekend. Je kind vraagt zich steeds vaker af: “Hoe kijken anderen naar mij?”
Voor je het beseft, bepaalt het buikje niet alleen hoe je kind naar zichzelf kijkt, maar ook wat het durft, welke keuzes het maakt en of het zich nog vrij voelt om gewoon zichzelf te zijn.
Maar wat je nog meer raakt: je merkt dat anderen je kind niet meer zien om wie het écht is – om zijn of haar talenten, karakter, humor of capaciteiten – en het anders behandelen vanwege het buikje. Dat je kind telkens opnieuw zichzelf moet bewijzen terwijl anderen al een oordeel hebben gevormd.
Dit doet echt pijn in je hart en je voelt je hier zo alleen in. Je kan er niet meer van slapen want je hoofd blijft ’s nachts maar doormalen met vragen als: “Had ik meer moeten doen?” en “Had ik dit kunnen voorkomen?”